Barbara Michels

Barbara is projectmedewerker en onderdeel van ‘’team mentoren’’ bij Stichting Campus Nederland. Ze werkt inmiddels al ruim twee jaar voor de organisatie. Ze focust zich met name op de mentoren: ze plant hun diensten in, beantwoordt vragen en neemt sollicitaties af. Op kantoor is ze een belangrijke schakel tussen team en praktijk. 

Wat inspireert je aan je werk? 

“Als ik op locatie ben, is het mooi om te zien hoe de leerlingen leren én plezier maken. Dat de workshops aanslaan bij de leerlingen. Soms zijn leerlingen in het begin wat verlegen, en dan zie je ze tijdens de dag helemaal opbloeien. Op kantoor inspireert vooral het team mij: iedereen werkt hard, er hangt een fijne sfeer en we helpen elkaar. Daardoor krijg ik zelf ook extra motivatie om het beste uit mijn werk te halen.”

Waar word je naast je werk blij van? 

“Ik ben graag buiten, sport regelmatig en vind het heerlijk om een goed boek te lezen. Maar ik geniet ook van feestjes of gewoon lekker tijd doorbrengen met vrienden en familie.”

De programma’s van Campus Nederland zijn gericht op talentontwikkeling. Wat is jouw talent? 

“Ik denk dat ik sterk ben in communiceren en samenwerken. Ik ben de hele dag in contact met onze mentoren: via mail, WhatsApp en de telefoon. Daarnaast durf ik ook aan te sturen als het nodig is. Gaat er iets niet goed of zijn er nieuwe regels, dan ben ik niet bang om daar wat van te zeggen of het te bespreken.”

Wat zou je graag nog willen leren? 

“Ik zou mezelf graag verder ontwikkelen in leidinggeven. Ik vind het inspirerend hoe Marco dat doet binnen ons team. Daar wil ik graag van leren. Ook wil ik op scholen nog beter worden in de omgang met leerlingen. Leren hoe je op de juiste manier met hen communiceert, vooral als er iets speelt of ze ergens mee worstelen.”

Wat is het waardevolste dat je op school hebt geleerd?

“Vooral het omgaan met andere leerlingen. Ik ben als enig kind opgegroeid, daardoor speelde het sociale aspect van school voor mij een grote rol. Op school leerde ik met de andere dynamieken daar omgaan. Je krijgt te maken met groepjes, vriendschappen, ruzies en situaties waarin je opnieuw je plek moet vinden, zoals in een nieuwe klas. En sommige vriendschappen behoud je lang, andere verwateren of passen op een gegeven moment niet meer bij je. Dat sociale stuk heeft me veel geleerd en is me altijd bijgebleven.”